5 november 2018. De dag dat Zembla met het nieuws naar buiten kwam dat er vervuilde grond is gebruikt op woningbouwlocaties in de gemeente Barneveld. Een schok; wat is hier nu precies aan de hand? En ook de vraag; wat gaan we hier aan doen? Wat volgde was een week van informatieverzameling, overleg, een bewonersbijeenkomst en uiteindelijk raadsdebat. In dit debat zijn duidelijke uitspraken gedaan. Er zijn door het college excuses aangeboden voor het te laat informeren en het niet melden van de grondafname. En het handelen van Vink is op basis van de onderzoeken bekritiseerd. Uiteindelijk besloten we als raad drie onderzoeken uit te voeren. Een onderzoek naar de kwaliteit van de grond op de verschillende locaties, een onderzoek naar de wijze van melden van het afnemen van grond door de gemeente in 2015 en 2018 en een onderzoek naar het tijdspad van handelen van het college.

En nu liggen de drie onderzoeken daar en kunnen we hier conclusies trekken. Eerlijk gezegd vinden we het als CDA ook hoog tijd dat we het hier over kunnen hebben; het proces loopt nu al zo’n half jaar. Daarom kijken we ook met gemengde gevoelens naar het raadsonderzoek. Aan de ene kant is het goed dat er een zorgvuldig extern onderzoek plaatsvindt naar het handelen van college en raad, maar aan de andere kant betekent dit dat we tot de zomer nog met dit dossier in de raadzaal bezig zijn. Vooral op straat merken we dat mensen wel klaar zijn met deze zandkwestie.

Dan de onderzoeken. Ik begin met wat het CDA betreft de belangrijkste: het onderzoek van Royal Haskoning over de kwaliteit van de grond op de woonlocaties van onze Barnevelders. De conclusies in het onderzoeksrapport waren hoopgevend; 99% van de metingen blijken acceptabel. Bij de locatie die niet voldoet wordt aanbevolen om dit te herstellen. Deze aanbeveling neemt het college over, zoals we hadden verwacht. Van verschillende bewoners hebben we gehoord dat men blij is met deze uitkomst en graag dit achter zich wil laten.

Dat Vink geen volledige openheid wilde geven, wekt wel argwaan. Iets wat we juist in een periode van waarheidsvinding niet willen. Het CDA is echter tevreden met de wijze waarop Royal Haskoning met de voorhanden hebbende informatie toch het onderzoek heeft kunnen doen. Met een uitgebreidere analyse heeft Royal Haskoning uiteindelijk toch het zorgvuldige onderzoek kunnen afronden. Met als belangrijkste conclusie: bewoners hoeven zich geen zorgen te maken. Geen woonwijk als stortplaats, zoals de programmatitel van Zembla. We wisten al uit eerdere documentatie dat het niet slecht was voor de volksgezondheid, dit is bevestigd en ook nog aangevuld met de belangrijke conclusie dat het op dit moment 99% niet verontreinigd zand betreft. In hoeverre Vink fouten heeft gemaakt is niet aan ons, maar aan het Openbaar Ministerie. We moeten ons als raad bewust zijn van de rol van de gemeente en de rol van het openbaar ministerie en de provincie. Dit lijkt nog wel eens door elkaar te schieten.

Want daar wil ik nog wel wat over zeggen. Dit onderzoek gaat over de huidige staat van het zand dat toegepast is. Daarvan is de conclusie dat 99% niet verontreinigd zand betreft. Hiermee wordt niet gezegd dat het zand ten tijden van toepassing gebruikt had mogen worden. Daar gaan wij ook niet over als gemeente. Wij kijken naar de huidige situatie – en dat geeft nu de inwoners rust – de provincie en het OM mogen kijken naar in hoeverre dit zand toegepast had mogen worden. Als raadsleden moeten we dit benadrukken, dat is onze taak.

Dan het tweede onderzoek. Het onderzoek van BMC was een bevestiging op eerdere conclusies van de raad. De gemeente Barneveld had in 2015 haar meldplicht niet goed op orde, iets waar zij al excuses voor heeft aangeboden. BMC geeft hierbij meer context en uitleg waarom het op dat moment niet goed ging. Een ontwikkeling van onder andere duidelijkere rollen tussen organisaties, betere taakverdeling, meer capaciteit en een coördinator hebben voor positieve veranderingen gezorgd. We roepen het college op om dit rapport niet alleen te zien als een onderzoek naar het verleden, maar ook een aanzet om verdere ontwikkeling op dit gebied in te zetten.

De chronologische beschrijving van de gemeente geeft wat ons betreft geen nieuwe informatie. De afgelopen maanden, nu ruim een half jaar geleden, hebben we op de voet kunnen volgen. Met het college als dagelijks bestuur aan zet en de raad als controleur en kadersteller. Verdere conclusies over het handelen van het college en de raad kunnen we trekken naar aanleiding van het raadsonderzoek.

Brengt me nog bij een afsluitende gedachte. Er is op dit moment al zo’n vier ton uitgegeven aan het beteugelen van deze crisis. We hebben dit als gemeente zwaar opgenomen en dat is maar goed ook. Er is veel over geschreven en geconstateerd, maar soms ontwikkelde dit zich ook in overhaaste conclusies en suggesties. We moeten ons afvragen of dit heeft bijgedragen aan een goed beeld van de situatie, het imago van Barneveld en de rust in de betreffende wijken. Mensen die verantwoordelijkheid dragen, moeten vanzelfsprekend ook hun verantwoording zenden. Maar mensen die alleen zenden, mogen soms ook wel meer verantwoordelijkheid nemen.