Onrust. Dat is het woord dat bij deze week hoort. Onrust over je eigen huis, onrust over hoe dit had kunnen gebeuren, onrust over de consequenties. Afgelopen maandag werd Barneveld opgeschrikt door het nieuws dat Vink vervuilde grond beschikbaar heeft gesteld voor woninglocaties. Dit zorgt voor veel vragen, terechte vragen en moet tot op de bodem – van de bouwgrond – worden uitgezocht.

De grond blijkt geen risico te vormen voor de volksgezondheid. Een conclusie van de ODRA, die later werd ondersteund door de VGGM, die uitging van een worst-case-scenario. Dit nam wat het CDA betreft een gedeelte van de onrust weg. Dit neemt echter niet weg dat deze grond, nooit toegepast had mogen worden. Vink daarentegen ziet geen probleem, de grond is volgens het protocol BRL9335 schoon verklaard. Dit protocol had alleen niet voor deze toepassing gebruikt mogen worden. Het CDA kan dan ook maar één conclusie trekken: Vink moet zijn zaken op orde hebben; niet alleen het economisch belang moet gelden, maar zij hoort zich ook bewust te zijn van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daar doen we als CDA een appèl op.

14 augustus 2017. Dat is de datum waarop het Diepgaand Administratief Toezicht door de ODR werd afgerond; een dik jaar geleden. In dit jaar heeft er onderzoek plaatsgevonden, zijn er risico’s uitgesloten, maar hebben we als CDA ook de indruk dat er geen daadkracht is getoond. ‘Provincie schakelt OM in tegen Vink’. De titel van de voorpagina van de Barneveldse Krant van 6 november 2018 – afgelopen dinsdag – had de titel moeten zijn van de krant van 15 augustus 2017. Een dag na het kritische rapport. Of het had in ieder geval de krant van 17 april moeten zijn. Een dag nadat de gedeputeerde door de ODRA werd geïnformeerd dat er sprake is van een economisch delict. De provincie had hier als bevoegd gezag sneller en sterker moeten optreden. Helaas heeft de provincie er ook vanavond voor gekozen niet aanwezig te zijn, wederom geen sterk optreden en een minachting naar de Barneveldse inwoner.

Als gemeenteraad, als volksvertegenwoordigers, kijken we echter ook naar de gemeente Barneveld. Ook hier zien we dat men steken heeft laten vallen. Dat is gericht op de meldingsplicht en op de informatievoorziening. Deze partij grond had in 2015 gemeld moeten worden aan Rijkswaterstaat. Dit zorgt voor onduidelijkheid, onrust en in het ergste geval verdachtmaking. Dit had voorkomen moeten worden. We roepen het college op in het vervolg de partijen wel te melden en ons op de hoogte te houden van het ingezette onderzoek over hoe er door de organisatie omgegaan wordt met dergelijke grondstromen.

Er is de keuze gemaakt om de bewoners niet te informeren, terwijl onderzoeken nog liepen en het risico op de volksgezondheid werd uitgesloten. Onnodig onrust veroorzaken wil niemand, maar achteraf had hier een andere keuze gemaakt kunnen worden. In de memo van het college is te lezen dat op 16 oktober 2018 er toch is besloten om wel actief te gaan informeren, maar hierna is te lang gewacht op de provincie en het OM. De belangen van inwoners waren hier ondergeschikt ten opzichte van de belangen van provincie en OM. De berichtgeving van Zembla was sneller. Een inschattingsfout. Ook zijn we als gemeenteraad, of in ieder geval als fractievoorzitters, te laat geïnformeerd over deze kwestie. Een kwestie met dergelijk groot maatschappelijk belang had op z’n minst in vertrouwen besproken moeten worden. Wederom een inschattingsfout. Graag horen we van het college dat zij van mening zijn dat ze dit anders hadden moeten doen.

En ook als politici moeten we kritisch naar onszelf kijken. Voordat we onze informatievoorziening op orde hebben, kiezen we er al voor om meningsvorming plaats te laten vinden. Normaal vellen we pas een oordeel op het moment dat we alle feiten op tafel denken te hebben. De behoefte om politieke uitspraken te doen is begrijpelijk, maar het is de vraag of dit hetgeen is dat onze bewoners uiteindelijk helpt. De bewoners willen antwoorden; willen dat hun onrust wordt weggenomen. Wij roepen dan ook het college via deze weg op om goed onderzoek te doen, in te zetten op een schone grondverklaring voor alle inwoners en onderzoek te doen naar wat dit met de huizenwaarden gaat doen. En de vraag: wie gaat dat betalen?

Dit had niet mogen gebeuren. We hopen dat de komende periode gebruikt kan worden om vragen te beantwoorden, vooral naar de bewoners toe.