De scholen zijn weer gestart, de avonden worden korter en daarmee komt het einde van de zomer in
zicht. We kunnen met elkaar terugkijken op een prachtige zomer. De kinderen in onze gemeente
hebben dan ook volop gebruik kunnen maken van de vele (formele en informele) speelplekken die
onze gemeente rijk is. Een aantal van deze speelplekken is in 2018 opnieuw ingericht en/of
gerealiseerd. Veelal tot volle tevredenheid van kinderen en ouders in de wijk. Dat geldt echter niet
voor álle opnieuw ingerichte speelplekken. Ook zijn er speelplekken die nog helemaal niet ingericht
zijn en/of niet meer voldoen aan de wensen van doelgroepen. Een aantal ouders en andere hebben
hierover hun teleurstelling geuit. Bijvoorbeeld over de communicatie, over de ontwerpfase, het
definitieve ontwerp en de uiteindelijke uitvoering.

Vanwege de hierboven geschetste situatie stellen wij als CDA-fractie op grond van artikel 42 van de
Organisatieverordening van de gemeenteraad de volgende vragen over de uitvoering van het
speelruimtebeleidsplan.

Het creëren van veilige speelplekken in nieuwbouwwijken is van groot belang. Enerzijds door de grote
aantallen ouders met (jonge) kinderen die zich in nieuwbouwwijken vestigen en anderzijds door deze
kinderen een veilige speelplek te bieden. Dit laatste temeer om ze niet in verleiding te brengen met
het (gevaarlijke) bouwafval te gaan spelen. Er zijn echter nieuwbouwwijken waar lang gewacht wordt
met de aanleg, dan wel afronding van de speelplekken. Zo hebben wij kennis genomen van de slechte
staat van de speeltuin aan de Buru in nieuwbouwwijk Eilanden Oost in Barneveld. Opvallend is
daarnaast het feit dat er geen speelplekken in deze wijk zijn opgenomen in de interactieve speelkaart.
Dit terwijl de oplevering van de eerste huizen (en daarmee de komst van vele kinderen) al ca. 2 jaar
geleden heeft plaatsgevonden. Hierbij klinkt tevens door dat de omwonenden zich niet gehoord
voelen.

1. Bent u bekend met de slechte staat van speelplek aan de Buru in nieuwbouwwijk Eilanden
Oost?
2. Bent u bereid om deze speelplek op korte termijn verder te ontwikkelen tot een veilige en
uitdagende speelplek?
3. Bent u het met de fractie van het CDA eens dat de interactieve speelkaart actueel moet zijn en
dat speelplekken in nieuwbouwwijken hier in een vroegtijdig stadium moeten worden
opgenomen?
4. Welke stappen bent u bereid te komende tijd te zetten om tijdig aan de behoefte aan
speelplekken in nog te realiseren nieuwbouwwijken (denk daarbij aan Bloemendal en
Wikselaarse Eng) te voldoen?
De gemeente heeft uitgesproken dat zij actief wil zoeken naar samenwerking en betrokkenen wil
stimuleren. Mede vanuit de right-to-challenge gedachte wat het CDA betreft een waardevol
voornemen. In huidige projecten lijkt echter nog steeds sprake te zijn van wrijving tussen gemeente
en omwonenden. Daarbij lijkt er verschil te zitten tussen de behoefte van de omwonenden en de
planvorming van de gemeente. Wij ontvingen in dat kader berichten dat juist deze samenwerking met
omwonenden en de planvorming te wensen overlaat. Zo voelen direct omwonenden van speelplek 26
aan Gersteland zich niet tijdig betrokken en niet gehoord.
5. In hoeverre hebben recente contacten met omwonenden en de plaatselijke belangen geleid
tot nieuwe inzichten in de uitvoering van het speelruimtebeleidsplan?
6. In hoeverre bereiken u meer kritische reacties van omwonenden, zoals bij speelplek 26 aan
Gersteland?
7. Bent u het met de fractie van het CDA eens dat de uitvoering van het speelruimtebeleidsplan
verbeterd kan worden?
8. Welke stappen wilt u de komende tijd zetten om de uitvoering van het speelruimtebeleidsplan
(verder) te verbeteren?
Samenwerking met de plaatselijke belangen en aansluiting met de verschillende dorpsplannen is
daarbij ook een wezenlijk onderdeel van een succesvol speelruimtebeleidsplan. Een plan waar
iedereen plezier aan beleeft. Veel dorpen moeten echter nog een aantal jaar wachten op
planuitvoering. Hierdoor bestaat het risico dat de eerdere planvorming niet meer aansluit bij de
actuele behoefte.
9. In verschillende dorsplannen worden doelen en visies beschreven op het gebied van
speelplekken. Hoe worden deze dorpen betrokken bij de planvorming en –ontwikkeling?
10. Op welke wijze en met welke frequentie wordt het speelruimtebeleidsplan geactualiseerd en
op welke wijze worden alle dorpskernen hierin gepositioneerd?

Namens het CDA,

Tamara van den Broek – Westerneng