De meningen zijn gedeeld. De argumenten of veronderstellingen hoeven er alleen nog bij gezocht te worden. De commissievergadering met de commissie Eenhoorn nam 30 september wel een bijzondere wending. Het venijn zat in de staart. Het stond niet in het onderzoeksrapport, maar volgens de heer Eenhoorn was een belangrijk moment in de zandkwestie het moment dat ‘een bestuurder’ op de hoogte werd gebracht. Op de vraag wie dat was reageerde wethouder De Kruijff open: oud-wethouder Van den Hengel is als eerste geïnformeerd. Wat volgde hebben we allemaal kunnen meemaken: een brief van de heer Van den Hengel zette alles op scherp. Het deed ons bij de daaropvolgende raadsvergadering besluiten om eerst een gesprek tussen de twee partijen te laten plaatsvinden.

Dit terwijl sommige partijen in de raad hun conclusies al hadden getrokken. Ik citeer: ‘De kans dat Van den Hengel hier niet de waarheid spreekt, is ongeveer nul’. En ‘er is geen sprake van een welles-nietes-spelletje, maar van mogelijk bewust verkeerd informeren van de gemeenteraad’. De citaten waren op basis van: 1) de uitspraak van wethouder De Kruijff dat oud-wethouder Van den Hengel als eerste was geïnformeerd en 2) de brief van Van den Hengel en dat hij dit onder ede wilde verklaren. Naar een inhoudelijke reactie van het college werd verder niet gevraagd: kennelijk deed dat er niet toe.

Aan de oproep om een gesprek plaats te laten vinden gaf het college gehoor. Het kostte de nodige inspanning, maar er vond overleg plaats. Helaas bracht dit de gesprekspartners niet samen, zo lezen we in het desbetreffende memo. Wat het CDA betreft is dit gelukkig niet voor niets geweest. Er is immers nu ook een reactie van het college. De aangehaalde momenten waarop Van den Hengel de informatie zou hebben gedeeld, blijken niet te kloppen op basis van de reconstructie van het college. Verder blijven ‘de herinneringen uiteenlopen’. En wat doen we daar dan mee als raad. Dat is de vraag die nu voor ligt. Natuurlijk, het liefst willen we als CDA precies weten wat er is gebeurd. Net als velen binnen en buiten onze zaal. Maar kan dat? En zo ja, hoe dan?

Na de memo van het college te hebben ontvangen vorige week, hebben we als CDA dan ook gelijk dit stuk geagendeerd. We hebben op elk belangrijk of spannend moment in deze kwestie aangegeven dat we eerst de informatie op tafel willen hebben, voordat we conclusies trekken. Dat heeft te maken met vertrouwen, dat heeft te maken met het zoeken naar gerechtigheid en het zoeken naar juiste woorden. Dit memo vraagt nu duidelijk om openbare bespreking. En voorzitter, ik was van plan het puur bij dit memo te houden, maar wat er in de afgelopen weken weer is gebeurd, kan ik niet onbenoemd laten. 
Er bekruipt mij namelijk steeds meer het gevoel dat het niet uitmaakt waar het college mee komt. Als het college zorgvuldig omgaat met het delen van informatie, bijvoorbeeld wanneer de raad niet-openbaar wordt geïnformeerd, wordt totale transparantie verwacht. Maar als het college transparant reageert op de vraag of één collegelid of het hele college is geïnformeerd, verwacht men meer zorgvuldigheid. Ik stel me dan ook de vraag wat er was gebeurd als het college algemeen en formeel had geantwoord op deze vraag, Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er dan een dag later in de krant zou staan dat het college dingen onder de pet houdt. 

Voorzitter, zoals ik al eerder aangaf: Het lijkt er dan ook op dat de meningen zijn gedeeld en er alleen nog argumenten bij gezocht moeten worden. Nu blijkt dat de brief van Van den Hengel op z’n zachtst gezegd toch wat onzuiverheden heeft, vragen we toch weer het volgende op? En als daar weer vragen door ontstaan, maken we onze verbijstering toch wederom kenbaar en gebruiken we toch nieuwe superlatieven? En nu er blijkbaar bij De Kruijff niets te vinden blijkt, verschuiven we ons gezichtsveld toch richting het OM en de burgemeester? Voorzitter, volgens mij helpt dat ons en de samenleving geen meter verder.

En nu toch terug naar het memo. In de vorige raadsvergadering hebben we de zandkwestie afgerond. De motie van treurnis is hier een bevestiging van. Over tot de orde van de dag. Het enige wat nog open stond, was het gesprek tussen het college van Van den Hengel. De reconstructie van het college geeft antwoorden op vragen die de brief van Van den Hengel opriep. Maar er blijven ook vragen bestaan. Over een aantal formele momenten is duidelijkheid gekomen, zoals verschillende vergaderingen, maar er zijn meer momenten van kennisoverdracht mogelijk. Een platte vraag is bijvoorbeeld: wat is er bij het koffiezetapparaat gezegd? Cabaretier Harrie Jekkers had het over het gelijk van de koffietent, wij kunnen het hier wel hebben over het gelijk van het koffiezetapparaat. Wat is daar gezegd? Dat willen we toch graag weten, maar we zijn als CDA er van overtuigd geraakt dat we daar niet achter gaan komen. Laat ik het koffiedik kijken noemen.

Een raadsenquête is een optie om het toch nog eens te proberen, maar als CDA vinden we dit een heel zwaar en tijdrovend proces waarbij er ook geen garantie voor succes is. Wie stelt moet bewijzen, maar het lijkt erop dat de discussie steeds meer wijzigt in wie ontkent moet bewijzen. Maar hoe je moet bewijzen dat iets niet is gebeurd, het is mij een raadsel. En als we deze discussie in de gehele kwestie plaatsen, hebben we het over een korreltje, laten we eerlijk zijn.

Wij stellen als CDA dan ook voor om ook dit laatste hoofdstuk te sluiten. We herhalen dan ook graag de woorden van Van den Hengel: We hebben geen behoefte hier verder iets aan toe te voegen. Laten we onze energie stoppen in belangrijkere zaken: om aan onze gemeente te bouwen. Zoals bijvoorbeeld de begroting van een aantal miljoenen. Je zou het bijna vergeten.

Daan de Vries

Fractievoorzitter